De Vlaamse Primitieven op training

 

Zaterdag 15 maart:  eerste oefenrit! Wim kon er niet bij zijn maar de rest was present.
Koen en ik reden we dwars door onze mooie stad richting Male, naar Karel. Daar zouden we starten. De zaterdagmarkt zag er serieus gehalveerd bij want dankzij Corona waren enkel voedingskramen actief. Bij de koffie bij Karel werd eerst over koetjes en kalfjes gesproken, tot dat we plots doorhadden dat we eigenlijk niet daarvoor gekomen waren. Maar nu wou Russ toch ook eens zijn bos tonen, vooral om de beheerswerken die hij nu in een jaar verricht had.

Na een half uurtje oponthoud geraakten we eindelijk op de wielen en ging het richting Schipdonkkanaal.
Een stevige wind zorgde ervoor dat de lange afstand langs het jaagpad richting Gent een stevige dobber werd.
Afwisselend op kop, passeerden we het terras waar we vorig jaar een welverdiend aperitief nuttigden. Verdiend of niet, Corona had ook hier de boel gesloten. Stilaan kwamen we tot het  besef dat er nergens iets te drinken viel, want onze regering had nu eenmaal drastische beslissingen moeten nemen. Iets verder vonden we een picknickbank: die herkenden we van de vorige keer. Gelukkig was er een voorzichtig zonnetje dat onze middagpauze toch aangenaam maakte.

Onderweg zagen we op het Schipdonkkanaal veel Kuifeendjes, Futen, Aalscholvers, Meerkoeten en Wilde eenden. Hier en daar hoorden we boomkruipers en Tjiftjafs, en nu en dan hoorden we Russ “buizerd links” of “Torenvalk rechts” roepen.

Onderweg bedachten we welke leuze we dit keer zouden handhaven. Bij de eerste expeditie was het de vraag van Russ: ” Wim, ben je nog niet aan ‘t sterven?”. Toen we vorig jaar vanuit Groningen richting Mechelen fietsten, was de weg zo eindeloos lang, dat onze leuze luidde:  “We zijn al hier, maar eigenlijk zijn we nog nergens”. Dit jaar moet het typisch Limburgs zijnvonden we, gezien we dit jaar vanuit Hasselt zouden vertrekken. We dachten aan een Limburgs trage “amaaaai, nog nie”.
Ok, dat wordt het. Is toch een leuke leuze hé? Amaaaaai, nog nie.

Het kanaal boog steeds maar steviger in de wind tot we plots rechts mochten afslaan richting kanaal Gent – Brugge. Spectaculair windvoordeel hadden we eerst nog niet, maar ook hier boog deze waterweg meer en meer in de goede richting.
Karel wees nu en dan links of rechts, maar dat was gewoon om erop te wijzen dat er weer een drankgelegenheid gesloten was.

Ik stelde voor om aan de Warandeputten toch eens halt te houden, want als zogenaamde Vlaamse primitieven konden we toch geen tocht zonder bier maken. Voorzichtig haalde ik als verrassing enkele streekbiertjes uit mijn fietstas. Dergelijk bier kun je moeilijk uit bekertjes drinken, dus had ik ook mijn stevigste glazen meegebracht. Na een dronkemansdemonstratie van Koen scheidden hier onze wegen, althans die van Karel maar iets verder ook die van Russ.

Dus veel lichter bepakt reden ikzelf en Koen dezelfde richting uit naar huis om tevreden over deze training uit te kijken naar de volgende.

Bedankt voor wie ons al steunde.

Stefaan van De Vlaamse Primitieven