De Vlaamse Primitieven weer op (fiets)pad!

 

Na de vorige rit met ons vieren nog eens de fiets op. Het zou een knooppuntentraject van 85 km worden. Karel vond dat een minimum. Hij woont in Male, en toen hij bij mij thuis kwam voor de start, had hij er dus al wat kilometers op zitten.

Door de polders

We vertrokken richting kanaal Brugge-Oostende en via de nieuwe fietsbrugvonden we de St-Pietersplas.  Langs het jaagpad van het Boudewijnkanaal ging het tot Lissewege en verder langs de spoorweg tot aan Uitkerke, waar we afsloegen richting Groenwaeke. Pech: die was gesloten. Veel grutto’s gezien en vanop de fiets genoten we verder. We kronkelden verder mee langs het Blankenbergs vaartje,  door polderstraatjes en polderdorpen, maar geen enkel café was open, opnieuw pech.

Bijna thuis?

Gelukkig, in Stahlille vonden we er toch een waar we konden bijtanken, en tevreden zetten we de tocht verder. In Varsenare roken mijn fietsvrienden al hun stal, maar dat was maar voor even, want de route nam een grote bocht door Beisbroek naar Zedelgem. Via de Vloethemveldzate waren we dankzij die groene as plots in Merkevelde beland en dus was de stal weer ver weg. “Jullie schuld,” lachte ik, “jullie vonden de tocht toch eerst te kort …”

Via Loppem vonden we vlug de tunnel onder de E40. Verder door Tillegem en langs de oefenterreinen van onze twee Brugse voetbalploegen kwamen we dan toch snel bij de finish, bij mij thuis.

Lang genoeg!

De kilometerteller stond op 95 km, dus voor onze Karel zou het op weg naar huis een flinke 100 km worden. Bij het nagenieten in de tuin, zocht Karel nog de naam van een plantje dat wij onderweg vonden: Pijlkruiskers.

Het was een mooie dag geweest, ondanks de minder goede weersvoorspellingen en de flinke plassen die we onderweg op het fietspad zagen, maar wij…wij fietsten tussen de buien door onze West-Vlaamse polders zonder één druppel op onze primitieve kop.

Stefaan