Expeditie Natuurpunt 2019 Extreme: verslag

Na enkele avonden overleg en een paar oefenritten was het eindelijk zover: op 20 juni ll. bracht onze dappere voorzitter, Paul, ons helemaal tot in Groningen, in het noorden van Nederland. We gingen overnachten op een adres van bij “Vrienden op de fiets”. Een vriendelijke buurvrouw bood ons een ondergrondse parking aan om de aanhangwagen te stallen voor de nacht. Net voor het slapengaan wandelden we nog even de stad in, en discussieerden over de vraag of de grote kathedraaltoren nu recht stond of scheef. Met het idee dat dit nu niet direct onze zorg was, kropen we in bed om elkaars gesnurk te trotseren.

Dag 1: 165 km door natuurgebieden

Vrijdag 21 juni, de eerste dag van onze expeditie, begon met enkele kilometers fietsen om de startplaats in de zgn. Onlanden te bereiken: een grote brok natuur, die Groningen moet beschermen tegen wateroverlast. De technische uitleg kregen we er van onze Nederlandse vrienden van Natuurmonumenten tijdens het ontbijt gratis bij. Daarna moest onze Paul terug naar Brugge. Wij reden ook wel terug, maar dan op de fiets, en op dat moment vond ik de inspanning van Paul sterker dan die van ons. Zo ver, en alleen, om even die 4 gekke gasten te gaan afzetten, chapeau. 

Dan: met z’n vieren op weg. Het fietspad leidde ons o.a. langs Koningsvaren, door een gebied met Buizerds, Bruine kiekendief en heel wat Ooievaars. Ook Knobbelzwanen vergezelden ons door natuurgebieden met klinkende namen zoals Fochterloërveen, Drents-Friese Wold, Holtingerveld en Weerribben-Wieden. Het werd later en later, en Russ zich af of we nog wel op tijd zouden zijn voor het avondeten in het hotel. Volgens Koen zou dat geen probleemzijn: op vrijdagavond is alles toch heel lang open, tenminste, bij ons toch…

Een paar checkpoints onderweg maakten ons traject niet gemakkelijker, want op die manier waren we wat van onze vrijheid kwijt. Ook dat we de fietsknooppunten gebruikten, maakte dat we niet in rechte lijn naar onze aankomstplaats, Vierhouten, konden fietsen. Zo hadden we die dag uiteindelijk 165 km in de kuiten, en arriveerden we pas na 21 uur bij de balie van het hotel. De eigenaar stelde ons voor om snel, zonder eerst te douchen, aan tafel te gaan, want de keuken was al gesloten. De stress stond op de man zijn gezicht te lezen en toch kregen we een fijn driegangenmenu voorgeschoteld, met de glimlach. 

Dag 2: ‘We zijn nog nergens’

Op zaterdag 22 juni kropen we iets minder vlot op onze bikes. We doorkruisten de Veluwe met zijn heide, duinen, grazende schapen. Iets voorbij dit immense gebied, waar je een paar uur autoloos doorheen fietst, zagen we enkele Zwarte Sterns over het water duikelen zoals alleen Sterns dit kunnen. Nadien op een stuk akkerland jaagden Roeken in het gezelschap van heel wat Kauwen naar insecten op het land. Koen merkte een Lepelaar op die het water stond te zeven op zoek naar voedsel. Wij van onze kant hadden vooral dorst, want het werd al wat warmer dan de dag voordien. In het bos liep een vos, parallel met ons fietspad langs de rand van het bos, zonder zich iets van ons aan te trekken. 

De leuze van de dag kwam van Karel. Telkens als we checkten hoe ver het nog was zei Karel: “Mannen, we hebben al … km gereden maar we zijn nog nergens”. Hoe we ook vorderden, telkens kwam Karel met die leuze af. Nu en dan kwamen we een bevriend team tegen dat ook het traject van Groningen naar Mechelen affietste. In een bocht stond een kapel met een drinkwatertappunt. Bij het warme weer en met de lastige kilometers was het voor ons een godsgeschenk uit de hemel eu …grond.

Ook nu werd het een lange dag en Koen stelde voor om een hapje te eten op enkele kilometers voor de aankomst in Nuenen. We waarschuwden onze gastheren, opnieuw van “Vrienden op de fiets”. Met wat schaamrood op de wangen (misschien ook wel van de inspanning) kwamen we bij die mensen aan rond 23 uur, na een tocht van 154 km.

Laatste dag: en dat het extreem was

Onze laatste dag zou lastig worden. Om de voorspelde hitte voor te zijn, hadden we de steeds opgewekte vrouw des huizes het ontbijt gevraagd om 7.30 u. Niet zo lang na ons vertrek bereikten we de grens met ons vaderland en vonden we het kanaal van Dessel op onze weg. Daar hadden we ongelooflijk veel geluk: het traject van Groningen naar Mechelen loopt normaal compleet tegen de wind in omdat de overheersende windrichting zuidwest is.  Hier langs het kanaal dreef de wind ons anderhalf uur tegen 30 km per uur en schoten we een flink eind op. Maar ook nu waren er de in ons landje traditionele wegomleggingen, ja, zelfs hele stukken jaagpad lagen open. Gevolg: weer legden we 144 km af. De laatste kilometers langs de Kleine Nete voelden enorm zwaar aan. Ten slotte wilden we er komaf mee maken en namen we de Mechelse steenweg.

Toch werden we ongelooflijk hartelijk onthaald op de aankomstplaats, met muziek en felicitaties van bevriende buren van Natuurpunt zoals Damme, Zedelgem en Oostkamp.

Helaas waren we te laat om op onze beurt de vrienden van Jan Gooris (bosgroep) te bedanken met hun deelname aan de expeditie ten voordele van de Wulgenbroeken. Bij deze bedankt aan Jan en co.

Geslaagd!

Wij haalden met NP Brugge ongeveer € 2880 op voor de weide- en vogelgebieden van Lissewege- Koolkerke. 

Ook hier wil ik iedereen bedanken die ons steunde voor de expeditie, zowel met een som geld maar ook voor de steun die we kregen voor de lange rit van uiteindelijk 464 km.

Toch nog een apart woord van dank aan Russ, Karel en Koen voor de fijne driedaagse fietsrit en aan onze voorzitter voor het vervoer naar Groningen.

’t Was soms lastig. De afstanden, met directe gevolgen aan het achterwerk. De hitte, vooral op de laatste dag. De checkpoints, die ons het leven eventjes zuur maakten. Maar los daarvan waren we een fantastisch team, en niet alleen de kuitspieren kregen last maar ook onze lachspieren kregen op tijd en stond hun beurt. Bedankt mannen voor de fijne tijd samen.

Stefaan Verplancke